Gehaakte kabouter van dunne restjes katoen of wol.

Haak zoveel lossen dat ze als een ring passen om de vinger. Sluit de ring en haak spiraalsgewijs verder. De pop moet goed sluitend om de vinger zitten, anders valt hij tijdens het spel af. Na 5 cm van kleur veranderen voor het hoofd. Paar steken meerderen, zodat het hoofd rond wordt. Als hoofd groot genoeg is weer van kleur veranderen voor muts, die door regelmatig te minderen in een punt uitloopt, waaraan een kwastje gehaakt kan worden. Van wol een baard en een randje haar maken.
Om het hoofdje boven de vinger uit te laten komen, haak je het lijf langer en vul je het hoofdje met ongesponnen wol. Nekje kan met een rijgdraad iets strakker worden gemaakt.
Variaties: Maak dieren (i.p.v. muts afhechten op hoofdhoogte), door er oren, lange neuzen enz. aan te haken.